Ga naar inhoud

Saldering

Teruglevertarief zonnepanelen 2027: minimum vergoeding

Lars van der Berg··8 min lezen
Teruglevertarief zonnepanelen 2027: minimum vergoeding

De wet beëindiging salderingsregeling, aangenomen door de Eerste Kamer op 17 december 2024, verplicht energieleveranciers vanaf 1 januari 2027 een “redelijke vergoeding” te betalen voor teruggeleverde zonnestroom, maar stelt géén vast minimumbedrag in centen vast als teruglevertarief zonnepanelen 2027 minimum vergoeding.

Korte samenvatting

  • De salderingsregeling stopt volledig op 1 januari 2027, in één keer, zonder stapsgewijze afbouw.
  • De wet verplicht een “redelijke vergoeding” gebaseerd op marktwaarde; er is geen harde bodemprijs van bijvoorbeeld 5 ct/kWh.
  • Bij een teruglevertarief van 7 ct/kWh loopt een gemiddeld huishouden jaarlijks €448 meer mis dan onder saldering.
  • Een vast 2- of 3-jarig contract met gegarandeerd teruglevertarief, afgesloten vóór eind 2026, beschermt u contractueel na de wetswijziging.

Wat zegt de wet over het teruglevertarief zonnepanelen 2027 minimum vergoeding?

De Wet beëindiging salderingsregeling schrijft voor dat energieleveranciers een “redelijke vergoeding” betalen voor stroom die huishoudens met zonnepanelen terugleveren aan het net. Die vergoeding moet aansluiten bij de marktwaarde van elektriciteit, in de praktijk de groothandelsprijs op basis van EPEX Spot-kwartaalgemiddelden. Wat de wet niet doet: een harde bodemprijs vastleggen. Er staat geen getal als 5 ct/kWh of 8 ct/kWh in de wettekst.

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) houdt toezicht op de interpretatie van “redelijk”. Dat klinkt als een stevig vangnet, maar in de praktijk houdt het leveranciers grote vrijheid. Als de groothandelsprijs structureel laag is, wat in zomers met veel zon steeds vaker voorkomt, kan een “redelijke vergoeding” wettelijk gezien ook 3 à 4 ct/kWh zijn. Consumenten die ervan uitgaan dat de wet een minimumtarief garandeert, komen hier bedrogen uit.

Volgens Rijksoverheid beëindigt de wet de salderingsregeling per 1 januari 2027 volledig. Er is geen stapsgewijze afbouw en er zijn geen jaarlijkse percentages. Vóór die datum saldeert u nog 100%; erna ontvangt u alleen nog de terugleververgoeding die uw leverancier aanbiedt.

Samengevat: de wet verplicht een marktconforme vergoeding, maar geeft energieleveranciers de vrijheid om die te bepalen op basis van groothandelsprijzen, zonder wettelijke ondergrens in centen.

Hoeveel betalen leveranciers in 2027 als teruglevertarief zonnepanelen minimum vergoeding?

Exacte tarieven voor 2027 zijn nu nog niet officieel gepubliceerd. Op basis van EPEX Spot-historiek, het gedrag van leveranciers bij bestaande terugleververgoedingen in 2024 en 2025, en ervaringen in België en Duitsland, zijn de volgende bandbreedtes realistisch:

LeverancierVast contract (verwacht)Dynamisch contract (verwacht)Toelichting
Budget Energie4–6 ct/kWhUurspot (kan negatief)Onderkant markt; prijsvechter-profiel
Essent/RWE5–7 ct/kWhUurspot (kan negatief)Middensegment; breed klantenbestand
Vattenfall6–8 ct/kWhUurspot (kan negatief)Al actief met dynamische producten
Eneco6–8 ct/kWhUurspot (kan negatief)Uitgebreid dynamisch aanbod verwacht
Greenchoice7–10 ct/kWhUurspot (kan negatief)Hogere vergoeding past bij duurzaamheidsprofiel

Dit zijn schattingen op basis van marktanalyse, geen officiële prognoses. Voor een actuele vergelijking van bevestigde tarieven raadpleegt u ons overzicht van teruglevertarieven per energieleverancier in 2027.

Verwacht teruglevertarief per leverancier in 202Verwacht teruglevertarief per leverancier in 202Budget Energie5 ct/kWhEssent/RWE6 ct/kWhVattenfall7 ct/kWhEneco7 ct/kWhGreenchoice9 ct/kWh
Bron: marktonderzoek 2026

Bij dynamische contracten volgt de vergoeding het uurspot-tarief op de EPEX-markt. Dat kan in zomerpiekuren uitkomen op 2 tot 15 ct/kWh, maar ook op negatieve waarden. In Duitsland en Denemarken waren er in 2023 en 2024 tientallen uren per jaar met negatieve EPEX-prijzen; in Nederland nam dat ook toe, zoals Milieu Centraal documenteerde.

Samengevat: bij vaste contracten liggen tarieven naar verwachting tussen 4 en 10 ct/kWh afhankelijk van de leverancier; bij dynamische contracten is het tarief per uur variabel en kan het negatief zijn.

Wat is het financiële nadeel als het teruglevertarief daalt na 2027?

Veel huishoudens onderschatten hoe groot de klap is. Neem een doorsnee situatie: 3.500 kWh jaarverbruik, 4.000 kWh productie, 30% eigenverbruik. Dat betekent 1.200 kWh direct gebruikt en 2.800 kWh teruggeleverd. Onder de salderingsregeling leverde die teruglevering 2.800 × 23 ct = €644 per jaar op in vermeden inkoopkosten.

Na 2027 ziet de rekening er zo uit:

TeruglevertariefOpbrengst terugleveringNadeel t.o.v. salderingNadeel over 5 jaar
4 ct/kWh€112€532/jaar€2.660
7 ct/kWh€196€448/jaar€2.240
10 ct/kWh€280€364/jaar€1.820
Financieel nadeel per jaar bij verschillende terFinancieel nadeel per jaar bij verschillende ter4 ct/kWh€5327 ct/kWh€44810 ct/kWh€364
Bron: marktonderzoek 2026

Bovendien moet dit huishouden nog 2.300 kWh inkopen (3.500 minus 1.200 kWh eigenverbruik) à 23 ct = €529 per jaar. Bij een teruglevertarief van 4 ct/kWh daalt het netto-voordeel van de zonnepanelen van ruim €600 naar minder dan €150 per jaar. De terugverdientijd van een bestaande installatie verlengt daarmee fors, een gegeven dat veel huishoudens nog niet hebben doorgerekend.

Voor een uitgebreide berekening afgestemd op uw eigen verbruiksprofiel verwijzen we naar de energierekening-berekening na 2027.

Samengevat: bij 7 ct/kWh teruglevertarief loopt een gemiddeld huishouden jaarlijks €448 mis ten opzichte van de huidige salderingsregeling, oplopend tot €2.240 over vijf jaar.

Mogen leveranciers terugleverkosten rekenen naast de terugleververgoeding?

Dit is een grijs gebied dat de Wet beëindiging salderingsregeling onvoldoende adresseert. Terugleverkosten, die sommige leveranciers al in 2025 hanteren variërend van 1 tot 2,5 ct/kWh, worden apart op de factuur gezet naast de terugleververgoeding. De wet verbiedt deze kosten niet expliciet. In de praktijk kunnen beide posten naast elkaar bestaan: u ontvangt 6 ct/kWh vergoeding én betaalt 1,5 ct/kWh terugleverkosten, wat neerkomt op een netto-vergoeding van 4,5 ct/kWh.

De ACM heeft hierover tot op heden geen bindende uitspraak gedaan. Zowel Milieu Centraal als de Consumentenbond hebben herhaaldelijk gewezen op deze constructie. Bij het vergelijken van aanbiedingen is het nettobedrag (vergoeding minus terugleverkosten) het enige eerlijke vergelijkingspunt, niet de bruto-terugleververgoeding.

Samengevat: terugleverkosten zijn wettelijk niet verboden en kunnen de effectieve netto-vergoeding met 1 tot 2,5 ct/kWh verlagen; vergelijk altijd het nettobedrag.

Beschermt een bestaand contract u na 1 januari 2027?

Hier zit een belangrijk praktisch verschil dat weinig huishoudens kennen. Sluit u vóór 1 januari 2027 een meerjarig contract af met een vastgelegd teruglevertarief, zeg drie jaar vast met 8 ct/kWh, dan is de leverancier daar contractueel aan gebonden zolang het contract loopt. De wet beëindigt de salderingsregeling, maar vervangt geen bestaande contractuele afspraken over de terugleververgoeding.

Huishoudens die na 2027 overstappen of waarvan een contract afloopt, vallen direct onder de nieuwe marktcondities. Let daarbij op de kleine lettertjes: sommige leveranciers bouwen clausules in die hen toestaan bij “wezenlijke marktwijzigingen” te heronderhandelen. Laat dat juridisch controleren vóór ondertekening.

Lees hoe u een gunstig tarief kunt vastleggen in ons artikel over onderhandelen met uw energieleverancier over het teruglevertarief.

Samengevat: een meerjarig contract afgesloten vóór eind 2026 met een gegarandeerd teruglevertarief beschermt u contractueel tot de looptijd afloopt, ook na 1 januari 2027.

Wat is het risico van negatieve stroomprijzen bij dynamische contracten?

Zonnepanelen produceren het meest precies op zomermiddagen tussen 11:00 en 15:00, wanneer het elektriciteitsnet al onder druk staat en groothandelsprijzen dalen of zelfs negatief worden. Bij dynamische contracten rekent de leverancier dat uurspot-tarief direct door. Dat betekent: u betaalt voor het terugleveren op het moment dat uw panelen het hardst werken.

Bij vaste teruglevertarieven is dit risico contractueel bepaald, maar leveranciers bouwen steeds vaker negatieve-prijsclausules in die hen vrijstellen van de vaste vergoeding bij negatieve marktprijzen. Een thuisbatterij biedt hier een gedeeltelijke oplossing: u slaat overtollige stroom op in plaats van te leveren tijdens piekproductie, en ontlaadt later op de dag wanneer de prijs hoger is. Meer hierover leest u in ons artikel over negatieve stroomprijzen en terugleveren met zonnepanelen.

Samengevat: bij dynamische contracten kunt u op zomerpiekuren geconfronteerd worden met negatieve teruglevertarieven; een thuisbatterij verkleint dit risico door opslag in plaats van teruglevering.

Wanneer wordt een thuisbatterij rendabel bij een laag teruglevertarief?

De rekensom is concreter dan veel installateurs suggereren. Neem een huishouden met 4.500 kWh jaarverbruik en 5.000 Wp aan zonnepanelen. Een 10 kWh-thuisbatterij (aanschafprijs €6.000–€8.000 in 2026) levert naar schatting 1.200 tot 1.800 kWh extra eigenverbruik per jaar op. Het financiële voordeel per verschoven kWh is het verschil tussen de inkoopprijs van stroom (circa 23 ct) en het teruglevertarief.

TeruglevertariefVoordeel per kWhJaarwinst (bandbreedte)Terugverdientijd
4 ct/kWh~19 ct€230–€34018–35 jaar
8 ct/kWh~15 ct€180–€27022–44 jaar
12 ct/kWh~11 ct€130–€200>30 jaar

Onze analyse: de terugverdientijden bij puur eigenverbruik-optimalisatie zijn voor geen enkel tarief aantrekkelijk op zichzelf. De rentabiliteit verandert pas wezenlijk bij een dynamisch uurprijscontract: door de batterij te laden wanneer stroom goedkoop is (nachttarief of overproductie-uren) en te ontladen bij hoge prijzen, krimpt de terugverdientijd volgens marktanalyses tot 8 à 14 jaar bij gunstige omstandigheden. Het is dan ook geen toeval dat Eneco en Vattenfall hun dynamische producten uitbreiden: ze anticiperen op de golf van huishoudens die na 2027 actief willen arbitreren. Wie een batterij overweegt, doet er goed aan dat te combineren met een dynamisch contract, niet met een vast tarief.

Meer over de keuze tussen batterij en extra panelen leest u in ons vergelijkingsartikel over thuisbatterij versus extra zonnepanelen.

Samengevat: een 10 kWh-thuisbatterij is bij puur eigenverbruik in geen enkel tariefsscenario binnen 18 jaar terugverdiend; gecombineerd met een dynamisch uurprijscontract daalt de terugverdientijd naar 8–14 jaar.

Welk contract sluit u nu af om uw teruglevertarief veilig te stellen?

Voor een huishouden dat nog geen thuisbatterij heeft maar er in 2027 of 2028 een overweegt, is het advies concreet: sluit in 2026 een vast twee- of driejarig contract af met een gegarandeerd teruglevertarief van bij voorkeur minimaal 7 à 9 ct/kWh. Daarmee overbrugt u de onzekere periode direct na 1 januari 2027, terwijl batterijprijzen verder dalen. Verwacht in 2027 en 2028 aanschafprijzen van €4.500 tot €7.000 voor een 10 kWh-systeem.

Zodra de batterij geïnstalleerd is, stapt u over naar een dynamisch uurprijscontract. Met een batterij heeft u immers controle over het moment van levering en verbruik. Dynamisch zonder batterij is voor terugleverende zonnepaneelbezitters risicovol: u kunt niet kiezen wanneer uw panelen produceren.

Vergelijk actuele contracten en tarieven via ons overzicht voor het vergelijken van energiecontracten op teruglevertarief in 2027. Heeft u weinig eigenverbruik overdag, lees dan ook wat een laag eigenverbruik betekent voor uw situatie na 2027.

Samengevat: een vast 2- of 3-jarig contract met minimaal 7 ct/kWh teruglevertarief, afgesloten vóór eind 2026, is de verstandigste overbrugging tot u een thuisbatterij en dynamisch contract combineert.

Hoe handhaaft de ACM het minimumteruglevertarief en wat doet u bij een geschil?

De ACM is de primaire toezichthouder op de terugleververgoedingsplicht. Een huishouden dat vermoedt te weinig te ontvangen, doorloopt in de praktijk drie stappen. Eerst schrijft u de eigen leverancier aan met een bezwaar. Reageert die onbevredigend, dan stapt u naar de Geschillencommissie Energie (doorlooptijd drie tot zes maanden). Pas daarna is een melding bij ACM ConsuWijzer zinvol voor sectorbreed beleid. Individuele klachten krijgen bij de ACM zelden prioriteit; onderzoeken duren doorgaans zes tot 18 maanden.

Dat de procedure lang kan zijn, bleek ook in België. Na de Waalse afschaffing van groenestroomcertificaten in 2020 klaagden prosumers massaal bij de CREG. De meeste gevallen werden uiteindelijk politiek opgelost via compensatiefondsen, niet via individuele rechtszaken. In Nederland ontbreekt zo’n fonds vooralsnog. Bewaar alle facturen en leg contractueel vast welk teruglevertarief u bent overeengekomen.

Samengevat: bij een geschil over het teruglevertarief loopt u via leverancier, Geschillencommissie en ACM; reken op drie tot achttien maanden doorlooptijd en leg uw tarief nu contractueel vast.

Conclusie en aanbeveling

De wet beëindiging salderingsregeling geeft huishoudens minder bescherming dan velen denken. Er is geen harde bodemprijs voor het teruglevertarief; leveranciers mogen een “redelijke” vergoeding hanteren die in theorie op 3 à 4 ct/kWh kan uitkomen bij lage groothandelsprijzen. Het financiële verschil met de huidige saldering is bij een tarief van 7 ct/kWh al bijna €450 per jaar voor een gemiddeld huishouden.

Drie concrete stappen die u nu kunt zetten:

  • Sluit vóór eind 2026 een vast 2- of 3-jarig energiecontract af met een gegarandeerd teruglevertarief van minimaal 7 ct/kWh, en controleer op negatieve-prijsclausules en terugleverkosten.
  • Bereken uw eigen jaarlijkse teruglevering en zet die af tegen de tarieven in de tabel hierboven. Zo ziet u concreet wat elke cent per kWh voor u betekent.
  • Overweegt u een thuisbatterij? Combineer die met een dynamisch uurprijscontract voor de beste rentabiliteit, verwacht na 2027 bij dalende batterijaanschafprijzen.

Zie ook wat u nu kunt doen na de afschaffing van de salderingsregeling in 2027 en hoe u teruglevertarieven van leveranciers vergelijkt voor 2027.

Veelgestelde vragen

Wat is het wettelijk minimum teruglevertarief voor zonnepanelen na 2027?

De wet stelt géén vast minimumbedrag in centen vast. Energieleveranciers zijn verplicht een “redelijke vergoeding” te betalen die aansluit bij de marktwaarde van elektriciteit (EPEX Spot), maar er is geen wettelijke ondergrens van bijvoorbeeld 5 ct/kWh. De ACM houdt toezicht op de interpretatie van “redelijk”.

Hoeveel cent per kWh krijg ik in 2027 voor teruggeleverde zonnestroom?

Op basis van huidige marktanalyse liggen vaste teruglevertarieven naar verwachting tussen 4 en 10 ct/kWh, afhankelijk van de leverancier. Greenchoice zit waarschijnlijk hoger (7–10 ct), Budget Energie lager (4–6 ct). Bij dynamische contracten varieert het tarief per uur en kan het negatief worden.

Kan een energieleverancier na 2027 terugleverkosten in rekening brengen naast de terugleververgoeding?

Ja, de wet verbiedt terugleverkosten niet expliciet. Sommige leveranciers hanteren al in 2025 kosten van 1 tot 2,5 ct/kWh. Vergelijk altijd het nettobedrag (vergoeding minus terugleverkosten) om leveranciers eerlijk te vergelijken.

Beschermt een contract dat ik vóór 2027 afsluit mij ook daarna?

Ja, als u vóór 1 januari 2027 een meerjarig contract afsluit met een vastgelegd teruglevertarief, is de leverancier contractueel gebonden aan dat tarief voor de looptijd van het contract. Controleer wel op clausules over “wezenlijke marktwijzigingen” die de leverancier de mogelijkheid geven te heronderhandelen.

Wanneer is een thuisbatterij rendabel als het teruglevertarief laag is?

Bij puur eigenverbruik-optimalisatie zijn terugverdientijden voor geen enkel tariefsscenario aantrekkelijk (18 jaar of meer). Gecombineerd met een dynamisch uurprijscontract dat laden en ontladen op gunstige momenten mogelijk maakt, daalt de terugverdientijd naar 8 tot 14 jaar bij gunstige marktomstandigheden.

Hoe dien ik een klacht in als mijn leverancier te weinig vergoedt?

Schrijf eerst uw leverancier aan, stap daarna naar de Geschillencommissie Energie (doorlooptijd drie tot zes maanden) en meld tot slot bij ACM ConsuWijzer voor sectorbreed toezicht. Individuele gevallen bij de ACM duren doorgaans zes tot achttien maanden; bewaar alle facturen als bewijs.

Stopt de salderingsregeling geleidelijk of in één keer?

De salderingsregeling stopt volledig op 1 januari 2027, in één keer. Er is geen stapsgewijze afbouw en er zijn geen jaarlijkse percentages. Dit volgt uit de Wet beëindiging salderingsregeling, aangenomen door de Eerste Kamer op 17 december 2024.

Redactie

Geverifieerd

Onafhankelijk redactieteam

2 jaar ervaring · sinds 2024 bij ons

Gepubliceerd:
Onafhankelijke vergelijkingenKostenberekeningenSubsidies & regelgeving
Redactionele richtlijnen op basis van openbare bronnen (RVO, CBS, Milieu Centraal, ACM, Rijksoverheid).Bekijk profiel